In een tijd waarin dierenwelzijn hoog op de agenda staat, lijkt het Europees Parlement zich te buigen over een van de minst urgente kwesties: mag een plantaardige schijf nog ‘burger’ heten? Woensdag stemde het parlement voor een verbod op vleesgerelateerde namen voor vegetarische alternatieven, met 355 stemmen voor en 247 tegen. Termen als ‘steak’, ‘worst’ of ‘burger’ zouden exclusief voorbehouden moeten blijven aan producten met echt vlees. Volgens voorstanders is dit nodig om ‘verwarring’ bij consumenten te voorkomen. Maar laten we eerlijk zijn: dit voorstel is niet meer dan een doorzichtige lobbytruc van de vleesindustrie, vermomd als consumentenbescherming. Dit artikel legt uit waarom dit idee niet alleen belachelijk is, maar ook schadelijk voor dieren, het klimaat en onze vrijheid.
Geen verwarring, maar onzin
Heb je ooit iemand gezien die per ongeluk een ‘veggieburger’ koopt en denkt dat het een sappig biefstuk is? Natuurlijk niet. Vegetarische producten schreeuwen hun plantaardige oorsprong van de daken – of beter gezegd, van de verpakking. Het woord ‘plantaardig’ of ‘vegan’ staat er vaak meerdere keren op, in grote letters, met groene stickers en vegan-iconen. Een pak tomatensoep hoeft niet vier keer ’tomatensoep’ te vermelden om duidelijk te zijn. Waarom dan wel bij vegetarisch eten? Dit voorstel lost een niet-bestaand probleem op. Consumenten worden onderschat alsof ze niet kunnen lezen. En als er al een zeldzaam geval van ‘verwarring’ is? Niemand eet per ongeluk vegetarisch en belandt in een crisis. Producenten krijgen geen boze brieven van teleurgestelde vleeseters. Dit verbod creëert eerder problemen dan het oplost.
Lessen uit de zuivel-lobby: Meer verwarring, minder keuze
We hebben dit eerder gezien met zuivelproducten. De EU verbood al termen als ‘havermelk’ of ‘vegan kaas’, met als resultaat onzinnige namen als ‘haver drink’ of ‘mild plant-based sneden’. Wat eet je nu eigenlijk? Een slice met milde smaak? Niemand dacht ooit dat havermelk van een ‘haverboerderij’ kwam waar baby-havertjes van hun moeders werden gescheiden. Het resultaat? Meer verwarring, niet minder. Vegan slagroom heet nu ’topping’ – geen productnaam, maar een serveersuggestie. Dit voorstel voor vlees doet precies hetzelfde: plantaardige alternatieven zouden ‘veggiebuizen’ of ‘sojaschijven’ moeten heten. Handig? Nee, het maakt het moeilijker voor mensen om over te stappen op duurzamere opties.
Vegetarische producten bestaan om vlees te vervangen – voor dierenwelzijn, klimaat en gezondheid. Een ‘vegetarische kip’ lijkt op kip, zodat je niet hoeft te puzzelen over ingewikkelde alternatieven. Het is behulpzaam, niet misleidend. Vergelijk het met alcoholvrij bier: dat heet nog steeds ‘bier’, niet ‘gele hopdrank’. Zonder die naamgeving zou niemand het kopen. Dit verbod remt de transitie naar plantaardig eten, juist nu we dat nodig hebben.
De vleeslobby aan het stuur, niet de consument
Dit gaat niet om duidelijkheid, maar om de belangen van de vleesindustrie. Voorstanders van het verbod zien vegetarische alternatieven als een ‘bedreiging’ voor traditionele landbouw. Lees: voor veeboeren, niet voor graan- of bonentelers. Het is een cultuuroorlog, aangestuurd door lobbyisten die vrezen voor dalende vleesverkoop. In 2020 werd een soortgelijk voorstel nog verworpen, maar na de verkiezingen van 2024, met meer rechtse parlementsleden gelieerd aan de landbouwsector, sluipt het erdoor. Als we écht duidelijkheid willen, waarom passen we dan geen vleesnamen aan? Noem gehaktballen ‘vergaste varkensballen’ of worstjes ‘karkassen rollen’. Dat zou pas eerlijk zijn over het dierenleed erachter. Maar nee, alleen vegetarisch eten moet boeten.
Vlaams Belang: Dierenpartij in naam, vleeslobby in daad?
In Vlaanderen wordt het extra pijnlijk door de rol van Vlaams Belang. Als enige Vlaamse partij steunden ze dit amendement, terwijl anderen – inclusief centrumrechtse fractiegenoten – tegen stemden. Vlaams Belang profileert zich graag als dierenpartij, maar dit voorstel staat haaks op dierenwelzijn.
Conclusie: Laat de veggieburger leven
Dit voorstel is pure betutteling. Het creërt geen duidelijkheid, maar remt innovatie en keuzevrijheid. In plaats van lobby’s te bedienen, zou het Europees Parlement moeten focussen op echte problemen: subsidies voor duurzame landbouw, betere etikettering zonder absurditeiten, en steun voor plantaardige alternatieven. Het is nog niet te laat – onderhandelingen met lidstaten volgen. Laten we hopen dat gezond verstand zegeviert. Anders eindigen we met ‘sojaschijven’ in onze kar, terwijl de vleesindustrie lacht.

Een reactie achterlaten